Digitaal bijklussen? Beperkte belastingen, maar moeilijke regels!

Vorig jaar kondigde de regering aan dat er een bedrijfsvoorheffing van 10 procent zou komen op inkomsten uit de deeleconomie. Deze beslissing werd genomen door de prangende nood aan duidelijkheid over de belastbaarheid van bijverdiensten die particulieren halen uit diensten, zoals het verkopen van huisgemaakte maaltijden of het rondrijden als fietskoerier. Maar wat zijn de regels hieromtrent en waar moet men juist op letten? Hieronder een overzicht.

Pexels Photo 1

Specifiek fiscaal regime voor de deeleconomie vanaf 1 maart 2017

Diensten verleend door tussenkomst van een app of onlineplatform (Uber, Flavr, Deliveroo, MenuNextDoor, Listminute...)

Indien het platform erkend is door de fiscus: 

  • Vanaf 1 maart 2017 10 % bedrijfsvoorheffing op brutobedrag dat via het deelplatform wordt verdiend. De klant betaalt daarbij aan het platform en het platform stort de belastingen door.
  • Aan te geven in de aangifte personenbelasting.

Opgelet!

  • Er is een plafond dat uw jaarlijks bruto-inkomen niet mag overschrijden voor alle apps/platformen samen. Dat grensbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en ligt voor inkomsten in 2017 op 5.100 euro. Het plafond moet oneerlijke concurrentie met zelfstandigen voorkomen.
  • Bijkomende voorwaarde: het plafond mag ook in voorgaande jaar niet overschreden worden. Wie in 2017 de grens van 5.100 euro doorbreekt, zal ook het jaar daarop geen aanspraak kunnen maken op de regeling voor de deeleconomie.
  • Indien het plafond wel wordt overschreden: het totale bedrag wordt dan automatisch gezien als beroepsinkomen en progressief belast.
  • Het specifieke belastingregime is er alleen voor de levering van diensten.


Indien het platform niet erkend is door de fiscus: 

  • Het inkomen wordt dan belast als beroepsinkomen of divers inkomen, er is hier geen sprake van een gunstregime. Bijvoorbeeld Airbnb gaat de vereiste erkenning niet aanvragen. De inkomsten via Airbnb zullen dus niet onder het nieuwe belastingregime van de deeleconomie vallen en dus geen bedrijfsvoorheffing inhouden.

Verkoop tweedehandsspullen vallen niet onder de regeling van de deeleconomie

Bij de verkoop van tweedehandsspullen wordt een onderscheid gemaakt tussen een occasionele of regelmatige verkoop. 

  • Indien men slechts occasioneel iets van de hand doet dan wordt dit beschouwd als het normale beheer van het privé vermogen en wordt dit niet belast.
  • Indien men regelmatig oudere spullen verkoopt valt dit onder het normale beroepsinkomen en volgt dit de progressieve tarieven.