Begroting 2017 - de opvallendste maatregelen voor u belicht

Na een zware begrotingsinspanning keurden de federale ministers vrijdag 14/10/2016 de begroting goed en werd er een akkoord bereikt over een reeks structurele hervormingen.

Het akkoord over de begroting: hoe wordt het gat gedicht?

Alles samen gaat het over 3 miljard euro. 70 procent van het totale bedrag komt voort uit besparingen, 10 procent uit diverse inkomsten en 20 procenten uit fiscale maatregelen. Over de drie hete hangijzers: de hervorming van de vennootschapsbelasting (een eis van de N-VA), de meerwaardebelasting op aandelen (een eis van CD&V) en het mobiliseren van spaargeld richting de reële economie ( een eis van Open VLD) wordt de komende weken en maanden eerst nog “bijkomend studiewerk” verricht.

De regering Michel heeft bij de opmaak van de begroting een hele reeks concrete hervormingsmaatregelen genomen. Maar wat houden deze juist in? Een beknopt overzicht.


Pexels Photo 3

Arbeidsmarkt

De annualisering van de arbeidsduur maakt dat de werkweek flexibeler wordt doordat bedrijven hun gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over een periode van één jaar kunnen berekenen in plaats van per semester (enkel na toestemming van de vakbonden binnen het bedrijf). De ene week zal men meer dan 38 uren kunnen werken met een maximum van 45 uren per week en 11 uren per dag. De andere week zal men minder moeten werken om op jaarbasis toch terug uit te komen op gemiddeld 38 uren per week. Deze versoepeling moet wel op bedrijfsniveau afgesproken worden tussen werkgevers en werknemers. Voor de uren die men extra presteert tijdens de langere weken moet het bedrijf geen overloon uitbetalen.  

De werknemer heeft wel de mogelijkheid om op vrijwillige basis overuren te presteren tot maximum 100 overuren per jaar. Uiteraard moeten deze uren worden uitbetaald.  

Er komt een wettelijke kader rond occasioneel telewerk zodat werknemers bij onverwachte gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld een staking van thuis uit kunnen werken.

Het systeem verdwijnt waarbij ambtenaren nu nog tot 900 ziektedagen kunnen opsparen zonder dat ze daarom ook effectief ziek zijn.

De regering gaat de loonnormwet van 1996 die er voor moet zorgen dat onze brutolonen niet sneller toenemen dan in de buurlanden, aanscherpen. Bedrijven die de door de sociale partners dan wel door de regering opgelegde loonnorm overschrijden, zullen gesanctioneerd worden. Bovendien zal bij het vastleggen van de volgende loonnormen ook de historische loonkloof van voor 1996 moeten worden weggewerkt.  

Daarnaast worden tijdskrediet en loopbaanonderbreking verder beperkt en gaat men bedrijfsherstructureringen bemoeilijken.  

De wetgeving rond nachtarbeid wordt versoepeld waardoor bedrijven zonder voorwaarden ’s nachts mensen tewerk kunnen stellen zonder dat de vakbonden hiermee akkoord moeten gaan. Hierdoor kan men in de sector van e-commerce een competitiever aanbod bewerkstelligen. Bovendien zal nachtarbeid (met hogere lonen) in deze sector pas ingaan vanaf 24 uur.  

Maar de automatische indexering van de lonen blijft.

Tankkaarten

Er komt een extra heffing op tankkaarten van mensen met een bedrijfswagen. Die extra belasting is voor rekening van de werkgevers en moet 100 miljoen euro opbrengen. Voor werkgevers wordt het dus duurder om werknemers van een tankkaart te voorzien want de fiscale aftrekbaarheid van die kaart wordt verlaagd.

Op termijn wil de regering evolueren naar een mobiliteitsbudget waarbij de werknemer kan kiezen tussen een hoger nettoloon of een bedrijfswagen. De modaliteiten moeten wel nog uitgewerkt worden.

Money Card Business Credit Card 50987

Gezondheidszorg en sociale zekerheid

Het grootste deel van de besparingen wordt gerealiseerd in de gezondheidszorg, Minister van Volksgezondheid Maggie De Block gaat hiervoor 902 miljoen euro besparen. Dat wil ze doen door onder andere het ziekenhuislandschap te rationaliseren, door te besparen op beeldvorming en klinische biologie en door artsen te verplichten om in 60 procent (nu 50 procent) van de gevallen het goedkoopste geneesmiddel voor te schrijven. Deze maatregelen zullen de patiënten niet voelen.

De honoraria van de zelfstandige zorgverstrekkers zullen volgend jaar met slechts een derde geïndexeerd worden. Deze laatste beslissing moet een besparing van 247 miljoen euro opbrengen.   

Wat de patiënten wel zullen voelen is een verhoging in de prijs van antibiotica. Het remgeld op antibiotica verhoogt doordat antibiotica verschuift van terugbetalingscategorie B naar C. Dit zou er voor moeten zorgen dat artsen minder snel antibiotica gaan voorschrijven.

Het maximumbedrag aan remgeld (eigen bijdrage) dat ieder van ons moet betalen voor geneeskundige zorgen is afhankelijk van het inkomen. De inkomensdrempel wordt jaarlijks geïndexeerd en vanaf 2017 wordt nu ook het maximumbedrag geïndexeerd van 11,80 euro naar 14,70 euro.

Nieuwe samenstellingen zullen sneller verrekend worden zoals wanneer een gezin een voorkeursregime geniet en iemand dat gezin verlaat om bijvoorbeeld alleen te gaan wonen. Vroeger duurde het tot twee kwartalen vooral het voorkeursregime opnieuw werd berekend maar dit wordt teruggebracht naar één kwartaal.

De welvaartsenveloppe waarmee de laagste uitkeringen en pensioenen worden opgetrokken, wordt volgend jaar voor maar 75 procent ter beschikking gesteld. Dat is een besparing van 161 miljoen euro.

Langdurig zieken die opnieuw deeltijds beginnen te werken, zullen hun uitkering minder snel zien dalen. De snelle afbouw van de uitkering had immers tot gevolg dat veel langdurig zieken niet opnieuw begonnen te werken omdat ze er dan financieel op achteruit gingen. Daarom zullen ze nu na 1 dag werken per week hun uitkering niet meer verliezen. En voor de tweede en derde dag zal men kijken naar de gewerkte uren.

Overigens komt er geen aanpassing van de werkloosheidsuitkeringen, deze worden dus niet verder beperkt in tijd. 

Beleggen

De roerende voorheffing op dividenden en intresten stijgt van 27 naar 30 procent. Dat brengt dit jaar 40 en volgend jaar 385 miljoen euro extra op. Daarmee is de roerende voorheffing in zes jaar tijd verdubbeld van 15 naar 30 procent.  

De veelbesproken speculatietaks die vorig jaar is ingevoerd verdwijnt alweer maar de beurstaks zal voortaan ook gelden voor wie in het buitenland belegt. Wie aandelen verhandelt op de beurs betaalt nu een taks van 0,27 procent met een maximum van 800 euro. Die bovengrens verdubbelt naar 1600 euro. Zo hoopt de regering 76 miljoen euro in de lade te brengen.  

Voorlopig komt er nog geen meerwaardebelasting.

Pexels Photo 159888

Pensioenen

De pensioenhervormingen slaan vooral op een aantal gunstregimes die gaandeweg zullen uitdoven. Zo wordt de minimumpensioenleeftijd en de minimumloopbaan van zowel militairen als het rijdend NMBS-personeel geleidelijk opgetrokken. Sociaal overleg is wel nog mogelijk over een aantal van deze maatregelen.

Wie gedurende een periode langdurig werkloos is, zal zijn pensioen zien dalen voor die periode. Het pensioenbedrag voor die werkloze jaren zal vanaf 2018 niet langer berekend worden op basis van het laatste loon maar op basis van een lager minimumjaarrecht. Dit zal ook het geval zijn voor de jaren dat men met conventioneel brugpensioen is. 

Verder maakt de regering langer werken interessant. Wie momenteel meer dan 45 jaar werkt krijgt slechts het pensioen voor 45 gewerkte jaren. Vanaf 2018 wordt dit anders, dan zullen alle gewerkte jaren meetellen voor de berekening van het pensioenbedrag.  

Vanaf 1 maart 2017 wordt het alsnog mogelijk voor werknemers om hun studiejaren af te kopen als gewerkte jaren om zo in aanmerking te komen voor een hoger pensioen. Hiervoor is een overgangsperiode van 3 jaar voorzien. De kost is 1.500 euro per diplomajaar. Ook na de overgangsperiode zal het nog kunnen, maar tegen een hogere prijs.  

Voor verdere informatie kan u de powerpoint over de begroting van de premier hier bekijken. Het ACCO team volgt de materie uiteraard op de voet en houdt u op de hoogte van verdere updates en ontwikkelingen. Indien u reeds vragen heeft, beantwoorden wij deze met plezier. Aarzel dus zeker niet om ons te contacteren.